Glad en vacuümdicht materiaal vraagt een andere uitvoering dan poreus plaatmateriaal.
Het materiaal bepaalt het vacuümgedrag en de juiste zuignappen.
Daarna kijk je naar plaatformaat, plaatdikte, doorbuiging en werklast.
Zo voorkom je een verkeerde keuze.
Snel onderscheid
Niet-poreus: XL1 / XL2 / XL3Poreus: model LProfiel: onder voorwaarden
Metaal, glas, kunststof en sommige steenachtige platen zijn meestal vacuümdicht. Hout, MDF, OSB, spaanplaat en multiplex zijn luchtdoorlatend. Geprofileerde platen vragen extra controle.
!
Niet elk materiaal is automatisch geschikt
De materiaalsoort zegt veel, maar niet alles. Ook oppervlaktestructuur, vlakheid, coating, porositeit, plaatdikte en contactvlak spelen mee.
Gladde, vacuümdichte materialen passen meestal bij XL1, XL2 of XL3.
Poreuze materialen vragen meestal om model L.
Geprofileerde platen zijn alleen mogelijk met speciale zuignappen en afdichting.
Sandwichpanelen en kanaalplaten zijn alleen geschikt in een fabriekshal.
Materiaalsoorten
Kies hieronder het materiaal dat je wilt hijsen. Je ziet direct welk Vacuhandy-type meestal in beeld komt.